Oud nieuws uit Winschoten:

nieuwsberichten uit de negentiende en twintigste eeuwWinschoter Courant

 

Index nieuwsberichten

 

Haarlem's Dagblad, 16 december 1916

De bandietenstreek te Winschoten

Woensdagmorgen vervoegde zich - zoo luiden nadere berichten - mevr. Groeneveld bij den inspecteur van politie, den heer Verkaik, met de mededeeling, dat er een onbekend persoon op het kantoor was geweest die de heeren had gewaarschuwd, dat door een gemaskerde bende een aanslag op de kas zou worden gedaan. Mevrouw maakte zich daarover eenigzins ongerust, maar de heeren hadden geen geloof gehecht aan hetgeen de vreemde bezoeker had gezegd en het meer als een grap beschouwd. Helaas bleek maar al te spoedig hoeveel waarheid in de mededeeling gelegen is geweest. Wel werd geen aanslag door een bende gedaan, doch zeer zeker heeft de bandiet een plan daartoe aanvankelijk wel ontworpen. Naar de inspecteur van politie mededeelde, is er blijkbaar verraad in het spel geweest. De dader heeft nl. bekend, dat hij met anderen het plan had besproken om een aanslag in het groot te ondernemen. Met nog drie helpers wilde hij per auto naar het kantoor rijden, twee zouden de wacht houden bij de auto, terwijl hij zelf en een helper de bank zouden berooven, om daarna in de auto te verdwijnen. Voor de uitvoering van dit plan kon hij echter geen helpers vinden en toen heeft hij het alleen maar trachten uit te voeren.

Na zich vooraf het gezicht met steenkool zwart gemaakt te hebben - hij zeide dit te Bourtange te hebben gedaan, wat wel niet overeenkomstig de waarheid zal zijn - stal hij bij het café "St. Vitus" op het Marktplein een rijwiel, toebehoorende aan iemand te Scheemda, en reed daarna naar het kassierskantoor. Hij zette de fiets bij de deur en drong het kantoor binnen na het licht in de vestibule uitgeslagen te hebben. Onmiddellijk bij zijn binnenkomen loste hij een schot en snelde hij op een tafel af, waar hij meende, dat zich bankbiljetten bevonden. Hij deed een greep, maar pakte het verkeerde vak en kreeg alleen eenige kwitanties in handen. Onmiddellijk bij zijn binnentreden vlogen de in het kantoor aanwezige heeren op hem af en snelde een der heeren Groeneveld langs den booswicht heen naar buiten om politiehulp te halen. De inspecteur en een der agenten, zoomede de gem.-architect, waren op het Stadhuis en begaven zich onverwijld naar de plaats der misdaad. De inspecteur struikelde nog over de fiets, die de misdadiger bij den ingang had neergezet en nam dadelijk maatregelen om het ontsnappen van den boef te voorkomen. In het kantoor had zich echter reeds een verschrikkelijk drama afgespeeld. De bandiet had, toen hij zich in zijn plan gedwarsboomd zag, schoten gelost, waardoor de heeren De Vries en Ter Reegen getroffen waren. Een der klerken, de heer Kriegsman, die een revolver in de lade van zijn schrijftafel had, had van dit wapen gebruik gemaakt en een tweetal schoten op den misdadiger gelost, terwijl ook de heer Groeneveld op den misdadiger vuurde. Er heerschte een oogenblik eenige verwarring, maar een der aanwezigen, de kantoorlooper I. de Groot, wist den bandiet bij de beenen te krijgen en omver te trekken. In een oogenblik was hij nu overweldigd. De heer Verkaik, die onmiddellijk zag met welk een gevaarlijk sujet hij te doen had, liet dezen dadelijk in boeien en touwen slaan. Wel bloedde hij uit zijn gezicht en meende men, dat hij een schot in het hoofd had, maar de heer Verkaik herinnerde zich hoe de Boer al eens eerder een schijndoode speelde en nam zijn maatregelen. Trouwens hij zag al spoedig, dat de boef door zijn wenkbrauwen gluurde en bevond ook dat de pols regelmatig sloeg.

Inmiddels was er getelefoneerd om de doctoren Van Olm en Wartena, die ook dadelijk ter plaatse verschenen en de zwaar gewonde heeren De Vries en Ter Reegen in behandeling namen.

Ook werd onmiddellijk de officier van justitie, de heer mr. 's Jacob gewaarschuwd, die aanstonds op de plaats der misdaad verscheen, vergezeld van eenige andere leden der rechterlijke macht. Ook de burgemeester was ter plaatse aanwezig, alsmede de wachtmeester der marechaussees.

Bij den heer De Vries, werd een schotwonde geconstateerd in de borst dicht bij het hart. De kogel, die op korten afstand was gelost, had een groot gat veroorzaakt en zijn weg genomen dwars door een der longen om in den rug te blijven steken. De jeugdige Ter Reegen was eveneens op korten afstand getroffen. Hij had den onverlaat nl. om den middel gegrepen toen deze de browning afdrukte tegen den buik van zijn slachtoffer.

De kogel ging door den ingewanden en een der darmen werd op een 7-tal plaatsen verscheurd. Na voorloopig te zijn verbonden, werden beide zwaar gewonde slachtoffers onmiddellijk per ziekenauto naar het ziekenhuis te Groningen overgebracht.

De bandiet, die nog steeds zwaar gewond scheen te zijn, werd naar het stadhuis getransporteerd. Daar werd het bloed van zijn gezicht gewasschen en bleek het, dat hij heel goed bij zijn positieven en niet noemenswaard gewond was. Alleen had hij eenige kwetsuren aan zijn hoofd en mond en bij het onderzoek bleek, dat hij een schot in het linker-bovenbeen had gekregen.

Hij onderging Woensdagavond een verhoor en daarbij legde hij een volledige bekentenis af. Zijn doel was geweest om te rooven en revolver en mes had hij meegenomen om ieder, die hem in den weg trad, omver te schieten of dood te steken. Hij wilde geld hebben.

Om zijn middel had hij een zak gebonden, die dienen moest om het geroofde te bergen. Zijn gezicht had hij zwart gemaakt om zich onherkenbaar te maken, terwijl hij om het nemen van vingerafdrukken te voorkomen, een der handen eveneens zwart gemaakt en om de andere een zwarten handschoen had getrokken. Zwaar geboeid is de misdadiger naar het huis van bewaring overgebracht.

De inspecteur, de heer Verkaik, die het onderzoek inzake dit misdrijf leidde, nam het mes en de browning in beslag benevens eenige ledige hulzen. Op de revolver zaten nog vijf scherpe patronen, zoodat er drie afgeschoten werden. Bovendien werd in het bezit van den dader nog een reservehouder met 8 patronen gevonden. Het slagersmes was nog nieuw, wellicht expres voor deze gelegenheid aangeschaft.

Omtrent den toestand der slachtoffers vernam men nog dat die van den heer De Vries, hoewel ernstig, toch niet hopeloos is. De kogel die in den rug is blijven steken kan voorloopig niet worden verwijderd. Wel werd de long doorboord, maar overigens werden geen edele deelen getroffen. De toestand van den jeugdigen Ter Reegen werd als zeer bedenkelijk beschouwd.

De bandiet, die alles vooraf had uitgerekend en waarschijnlijk reeds langer met het plan heeft rondgeloopen verklaarde nog, dat hij de fiets gestolen had om zich spoedig uit de voeten te kunnen maken. Ook deelde hij mede, dat hij wel eens eerder in het kantoor der firma Groeneveld was geweest om Duitsch geld te wisselen en dat hij toen zijn oogen den kost gegeven had om te zien waar het geld werd geborgen, zoo vertelt de Winsch. Ct.

---

Amersfoortsch Dagblad, 2 januari 1917
De heer H.J. de Vries, procuratiehouder der firma Groeneveld te Winschoten, die bij den moordaanslag dier firma, door een revolverkogel in de borst werd getroffen, is zoo goed als hersteld uit het academisch ziekenhuis te Groningen teruggekeerd. Tal van ingezetenen gaven door het zenden van bloemstukken bewijs van sympathie.
---

Harm Jakob de Vries, boekhouder en procuratiehouder fa. Groeneveld te Winschoten, geboren te Emmen op 1 januari 1856, overleden te Winschoten op 7 augustus 1935, zoon van Jakob Harms de Vries en Anna Hunter.
Hij is getrouwd te Winschoten op 27 oktober 1881 met
Geertrui Smelt, geboren te Meppel op 26 november 1854, overleden te Winschoten op 29 maart 1933, dochter van Jannes Smelt en Henderika van Urk.


Ook de heer Ter Reegen overleefde de aanslag:

Harmannus Henderikus ter Reegen, geb. Winschoten 28 maart 1897, kassier, overl. omstr. 1969, zn. van Otto Ferdinand ter Reegen en Alida Hake, tr. Groningen 9 juni 1921 Dina Grietje Reitsema, geb. Groningen 5 dec. 1895, overl. na 1969, dr. van Hendrik Reitsema en Feiktje Akkersma.