Oud nieuws uit Winschoten:

nieuwsberichten uit de negentiende en twintigste eeuwWinschoter Courant

 

Index nieuwsberichten

 

Zie ook: Vergiftiging door nitras aconitin / T. Haakma Tresling
             In: Nederlandsch tijdschrift voor geneeskunde. - Jrg. 24 (1880), p. 229-241

 

Bron foto: Collectie Bijzondere Collecties, Universiteitsbibliotheek Leiden, inv.nummer 16381

Carl Heinrich Otto Albinus Meijer (1848-1880)

Nieuwe Amersfoortsche Courant, 20 maart 1880
 

Omtrent een geval van vergiftiging dat zich Dinsdag avond te Winschoten heeft voorgedaan, meldt het N. v.d. D.: Dr. Carl Meijer, een jonge arts van 30 jaren, is in de uitoefening van zijn betrekking bezweken. Een zijner patiënten klaagde over de medicijnen, hem door een apotheker geleverd, waarop de dokter, om hem gerust te stellen, zelf eenige droppels innam. Al spoedig echter werd hij ongesteld; het bleek dat met de medicijnen een noodlottige vergissing had plaats gehad, en weldra, ondanks alle aangewende middelen, was de geneesheer overleden. Bij gerechtelijke lijkschouwing is het feit van vergiftiging aangetoond.

Ook de patiënt is aan de gevolgen overleden.

Nog wordt gemeld:

Dr. Meijer was Duitscher van geboorte, had te Berlijn gestudeerd en zich voor 2 jaren te Boude in Oost-Friesland gevestigd. Daar kreeg hij een zeer omvangrijke praktijk. Voor eenige maanden deed hij hier zijn arts-examen en vestigde zich te Winschoten.

De toevloed van ziekelijken was ook daar buitengewoon groot; dagelijks bezochten hem 50-60 patiënten, en bovendien deed hij nog veel met behulp van zijn span hardloopers.

Minzaam tegen ieder, consulteerde hij de armen gratis en de armsten ontvingen vaak een reispenning toe.
Dat de verslagenheid over zijn, op deze wijze, heengaan groot is kan men wel begrijpen.

---

Amersfoortsche Courant, 23 maart 1880

Men meldt uit Winschoten van 17 maart: Doctor Carl Meijer van Bunde, een jeugdig arts van omstreeks 30 jaren, is hedennacht plotseling overleden, ten gevolge van het gebruiken van medicijnen, waarover een patient klaagde. Hij nam ze zelf ook in, en later is geconstateerd dat hij vergiftigd is geworden.

Aangaande het noodlottig uiteinde van Dr. M. ontvangen wij nog de volgende bijzonderheden: Dr. M. had een ingezetene van Beerta onder behandeling, wiens vrouw zich bij Dr. M. vervoegde, en op geheel ontstelden toon verklaarde, dat haar echtgenoot telken male verschrikkelijk leed, als hij van de voorgeschreven medicamenten gebruikte. Daar de geruststelling van Dr. M. niet baatte, nam deze van het voorgeschreven medicament zelf 50 droppels in. doch schreef tevens naar zijn apotheker alhier, om een onderzoek naar de bestanddeelen van de medicamenten in te stellen.

Wie schetst des docters schrik, toen hij daar vernam, wat er gebeurd was. De medicamenten waren niet gemaakt volgens recept en Dr. M. zag het leven van zijn patiënt bedreigd. Werkelijk verkeerde die man in een hoogst gevaarlijken toestand. Zelf te Winschoten verblijvende, ondervond Dr. M. ook reeds de verschrikkelijke uitwerking van de door hem ingenomen dosis. Hij zag evenwel geen doodelijken afloop tegemoet en betreurde bij herhaling het lot van zijn armen patiënt. Maar hij had eigen gevaar te gering geschat. De verschijnselen van vergiftiging werd heviger en verontrustender. Een collega Dr. Tresling Jr. werd nog aan het bed des lijders geroepen, doch de toestand van Dr. M. werd gaandeweg bedenkelijker.

Herhaalde inspuitingen van hem zelven en van zijn collega bleven zonder gevolg.

Ten ongeveer 9 uur 's avonds na een zachten doodstrijd was de brave, wetenschappelijke man een lijk.

De wetenschap verliest in Dr. M. een hoogst bekwamen beoefenaar van het vak, die nog oneindig veel had kunnen presteren, de lijdende menschheid een dienstvaardig, onvermoeid helper, wiens humaniteit en edele beginselen alom op prijs werden geschat.

Een geregtelijk onderzoek zal zonder twijfel meerdere bijzonderheden omtrent dit verschrikkelijk drama aan het licht brengen.

---

Nieuwe Amersfoortsche Courant, 24 maart 1880

Het stoffelijk overschot van Dr. Meyer, den geneesheer die te Winschoten op zoo droevige wijze bezweek, is naar Duitschland overgebracht, om te Damme in Oldenburg, naast dat van zijn vader en moeder, aan den schoot der aarde te worden toevertrouwd. Op den tocht door Winschoten werd de lijkkoets gevolgd door een onafzienbare schare.

Nog nooit te voren, zegt de Winsch. Ct., is hier iemand naar zijn laatste rustplaats uitgeleid, waarbij zóó de deelneming innig en algemeen was. In vele huizen waren de gordijnen neergelaten. Toen de prachtige metalen lijkkist in den waggon was overgebracht, werd de ernstig gestemde menigte, die op het perron verzameld was, op hartelijke en gevoelvolle wijze toegesproken, eerst door den Heer Burgemeester, daarna door pastoor Verstege, tot wiens religie de heer M. behoorde. De broeder en daarna de zwager van den overledene bedankten in treffende bewoordingen de sprekers en de ingezetenen van Winschoten voor de schoone blijken van deelneming. Op dat oogenblik schaamde 't zich geen der talrijke mannen, dat hem de tranen langs de wangen biggelden. Op de lijkkist lagen een paar sierlijke kransen, waarvan eene daarop was neergelegd door drie dames uit Bonde, de woonplaats van Dr. M. tot 1 Januari jl. Men zag er 32 rozen aan, in getal overeenkomende met den leeftijd van den dierbaren doode. 't Opschrift luidt: "Was die Erde trennt, vereindt der Himmel. Ruhe sanft."

Ook te Bonde was de deelneming groot. Honderden personen bevonden zich aan 't station, om den hun allen zoo dierbaren vriend de laatste eer te bewijzen. Door de daar ter plaatse gevestigde zangvereeniging werden nog een paar kransen op de lijkkist gelegd.

---

Amersfoortsche Courant, 2 april 1880

Omtrent het noodlottige geval te Winschoten, schrijft het Phar. weekblad: Wij zijn in staat gesteld het volgende uittreksel mede te deelen van een brief van een geneeskundige maar aanleiding der mededeeling van een deskundige ooggetuige:

"Docter C. Meyer schreef 14 maart 1880 het volgende recept voor:

R: Aconitin. nitric. 0,200

Tinot. chenopod. ambrosioďd. 100.

Signetur: Nu en dan 20 droppels, langzaam klimmen tot á 60, tot de pijn bedaart.

Dit aconitin. nitric. is een pijnstillend middel en werd door den overledene zeer veel voorgeschreven, altijd evenwel onder vermelding dat het praeparaat afkomstig moest zijn uit Friedlands apotheek te Berlijn. De apotheker, die het treurig recept praepareerde, had daar niet meer van en gebruikte een engelsch praeparaat, dat ontzettend veel sterker in werking is. Dingsdag daaropvolgende komt de vrouw van de patient, die het recept gebruikte, bij Meyer en zegt dat patient het niet verdragen kan. Hij had 5 X 20 droppels met tusschenpoozen gebruikt en telkens uitgebraakt; eens was het binnen gebleven en toen was patient doodsbenauwd geworden.

Dr. Meyer lacht en zegt: "mijne zwakke moeder gebruikte het altijd zonder nadeel", en om te bewijzen dat het goed is, neemt hij 50 droppels in een glas wijn, drinkt dit op en zegt: "laat uw man ze nu ook nemen: zij zullen hem goed doen." Een uur daarna bemerkt hij dat het bij hem niet in den haak is. Hij schrijft den apotheker: "Ik ben vergiftigd door aconit. nitric., kom mij zeggen wat gij gegeven hebt; voor mij is het niets, ik kom het te boven, maar zend dadelijk naar den man, dat hij die droppels niet meer neemt en kom dan hier."

De tijd dien dr. T. vervolgens met hem doorbragt, moet niet te schetsen zijn ; meest helder van geest, nu blind, dan ziende, nu doof dan hoorende, nu convulsies dan verzekeringen dat hij er door kwam, en steeds roepende: "Collega! Hoe is de pols?" en daarna eene hevige convulsie en - toen de laatste snik."

---

Carl Heinrich Otto Albinus Meijer, medicine doctor, geboren te Damme (D) op 18 februari 1848, ongehuwd overleden te Winschoten op 16 maart 1880, zoon van Martinus Meijer en Wilhelmina Nieberg.